Blog
Voor de lezers die ook dagelijkse dingen van me willen lezen, en niet alleen verhalen en gedichten:
Voor de lezers die ook dagelijkse dingen van me willen lezen, en niet alleen verhalen en gedichten:
Het was maar
een verlangen,
een kans, misschien,
of niet eens dat.
Dat de dag begon
en je in mijn armen
zou zijn, nergens anders
dan in mijn hart.
Dat was goed.
Die belofte van jou
de fluistering
vóór ik je had.
Nu is zelfs geen
mogelijkheid meer.
Geen enkele kans,
geen laatste keer.
Geen vluchtige kus op mijn wang.
Wat is er over,
wat blijft mij dan?
Deze zomer duurt nog zo
achterlijk lang.
Jouw naam
met scherpe tanden
in mijn huid gebeten.
Ik schrijf tegenwoordig ook columns voor de expreszo…
Blijf nog even
er is geen licht
zolang ik mijn ogen
gesloten hou
daar zingt de maan
met stille tonen
over een dag die ik
nooit breken zal
ik voel je hand,
zo mild dwingend,
je strenge benen
vedrijven de mijne
toe, wacht nog wat,
streel me zacht,
tot de vogels weer
zullen verdwijnen,
en adem me toe
dat deze morgen
voor jou, mijn lief,
geen treinen rijden
je wast af,
met schoon zeepzop
over geelgrauwe randen,
je handen rimpelen
het water in,
breken het vuil aan stukken
je boent hard langs de
vaste korsten tot
je je weer spiegelen kan
en gezuiverd droog
je je handen dan
met een wegwerpgebaar
terwijl ik nog wegspoel
ben jij al klaar
Ik vaar twee golven
van je zomersproeten,
die door de zon
onverschillig
zijn uitgestrooid
over het wateroppervlak
de schuimkoppen schetsen
mijn ontnomen landschap
het gezonken
Atlantis
waar deze drenkeling
nooit aan land komen mag
‘meer zee in zicht’ kermt de wind
als je zijn laatste zucht
uit mijn zeilen dwingt,
ik ga overstag.
Ga je al, ik vond je net en
het is al lang geleden
mijn lippen betreden
verlegen je wang en ik
pak een sigaret er bij.
Één drankje nog, je stem
klinkt hees, ik droom mijn
hand dicht bij je dij en
stamel onhandig in je oor
iets over een glas koude wijn,
loop dan mee, je lacht
me toe, ik wil je mond maar
pak je hand en streel
tot alles gezegd zal zijn maar
er weer niets is gedaan,
want dan is je bier op, en je
knipoogt naar mij, het is over,
alweer voorbij, vergeefs smeek
ik je terug bij mij maar ik weet
dat jij zult gaan.
Ik had tien minuten in mijn auto op de parkeerplaats gezeten, de sleutel nog in het contactslot. Buiten lag het plein, dat sinds mijn tiende jaar tot een kwart van zijn oorspronkelijke oppervlakte gekrompen leek. Een paar kinderen gooiden een bal over, een donker meisje maakte een bokkiesprong over een paaltje. Net toen ik de sleutel weer wilde omdraaien om weg te rijden liep mijn broertje Peter langs en zwaaide. Ik stapte uit en volgde hem naar binnen.
Mijn moeder bakte appeltaart, mijn zus stond met mijn vader in de tuin. Mijn broer Danjel was bezig de open haard te controleren die blijkbaar niet wilde trekken. Hij draaide zich om, nam mij in zijn armen en zwierde me in het rond. Als de muren niet elk jaar weer tien centimeter dichter bij elkaar waren gaan staan, had ik de laatste vijftien jaar afgedaan als een droom. ‘mijn nieuwe vriendin Lidia komt ook mee-eten’ kondigde hij aan. Ik knikte alsof ik verheugd was. ‘Hoe gaat het met Inge?’ vroeg hij. ‘Goed’ antwoordde ik net zo vreugdeloos. Inge was voorgoed weg, maar waarom zou ik hem dat vertellen? Hij zou alleen maar zeggen dat het zo beter was. Dat ik eindelijk fatsoenlijk een man kon vinden. Dat onze ouders eindelijk een normale dochter zouden hebben. Ik keek door de voorruit naar de doodlopende straat. Een klein meisje met blonde staartjes reed voorbij op een driewieler, haar grote blauwe ogen vol aanbidding gericht op de man naast haar.
‘Papa!’ riep Danjel. Mijn vader kwam zijn geliefde tuin uit. Hij omhelsde me onhandig. Mijn zus Greta volgde hem de kamer in, met haar man Richard naast zich. Richard sloeg beschermend zijn arm om zijn vrouw heen, waardoor ik Greta alleen met een onbeholpen ‘hallo’ kon begroeten. Mijn moeder bleef in de keuken. Ze kwam daar pas vandaan toen ze Lidia een uur later begroette.
‘Nou, misschien moeten we eens gaan eten’ zei mijn moeder zenuwachtig, terwijl ze haar handen afveegde aan haar schort en Lidia’s blik ontweek. Lidia was een brunette met krullen tot haar heupen en verrassend grote groene ogen. Ze had een lief gezicht dat open leek te staan voor alles dat plezier kon betekenen. Peter was als eerste bij de tafel, ik als laatst. Vlak voordat we aanschoven draaide Lidia zich naar me om. ‘waar is je vriendin?’ vroeg ze, me oprecht nieuwsgierig aankijkend. Mijn ouders verstijfden. Danjel wees Lidia haar plaats aan tafel. Een minuut later gedroeg mijn familie zich alsof Lidia nooit gesproken had. In dit huis had Inge nooit geleefd.
Halverwege mens-erger-je-niet gaf ik het op. Ik liep naar boven om mijn tanden te poetsen. Het blonde meisje van de overburen stond voor haar raam . Haar moeder was ook in de kamer om haar een nachtzoen te geven. Even kruisden onze blikken en ik overwoog mijn hand op te steken, maar uiteindelijk draaide ik de luxaflex zonder teken van herkenning dicht. Op het harde eenpersoonsbed in mijn oude kamer lag een winnie de poeh deken. Thuis was mijn tweepersoonsbed leeg. Ik wist niet wat erger is, de kou uit mijn eigen muren of uit die van mijn ouders. En eerlijk gezegd kon het me niet veel schelen.
In mijn deuropening stond Lidia. ‘Alles goed?’ vroeg ze. Ik knikte afwezig en trok onnodig het laken recht. Lidia keek me aan en kwam binnen. Ze trapte haar schoenen uit en klom op mijn bed. ‘Vertel’ zei ze. En ik zweeg. Ik wilde schreeuwen tot de muren barsten en ik wilde overgeven uit het raam. Maar ik deed het niet. Ik wilde het huis door rennen tot mijn voeten gespleten waren en iemand vasthouden totdat hij stikte. Maar ik wachtte. Ik wilde met god in onderhandeling. Maar ik zweeg. Totdat ze me vastpakte en mijn hoofd op haar schouder legde. Toen pas huilde ik.
‘Waar is je vriendin?’ vroeg ze me weer. Ik wilde dat ik het wist. ‘Ik weet het niet’ antwoordde ik. Ze keek me verbaasd aan. Ik schudde mijn hoofd. ‘Niet meer hier’ verduidelijkte ik. ‘Borstkanker.’
lagen,
lagen
lakens,
lappenland,
leegte, leemte,
levenslast,
lieden,
liefste,
lieveling,
lijdzaamheid.
linten,
lippen,
litteken,
lucht.